Fietstochten Danny fietstochten 2025

fietstochten 2025

De eerste fietstocht van dit jaar is zoals gewoonlijk de Ename Classic. Als inwoner van Ename heb ik deze tocht al een paar keer gereden. De start is maar 2 km van mijn woonplaats. Het parcours is meestal hetzelfde: 800 meter hoogteverschil over 90 km, een tocht die je zonder voorbereiding beter niet kunt doen. De langere afstanden, tot 150 km, zijn dan nog moeilijker. Maar voor mij is 90 km in begin maart al meer dan voldoende. En ik word er ook niet jonger op. Straks word ik 65 jaar; ja, het begint echt te tellen. Maar ik fiets nog altijd zonder een motortje, en ik hoop dat dit nog een tijdje zo blijft.

Nu, het verslag van de tocht:

Er waren veel deelnemers, wat zeker te maken had met het prachtige weer. Vandaag was het 19 graden en de lucht was strakblauw. Wat wil je nog meer? De inschrijving verliep vlot, en voor velen was het meteen het signaal om er vol tegenaan te gaan. Sommige deelnemers denken echt dat het een wedstrijd is, en dit leidt hier en daar tot gevaarlijke situaties. Er is ook veel verkeer op de weg, en deze mensen hebben net zoals wij het recht om van deze mooie dag te genieten.

Ik probeer me hier en daar wat goed te positioneren, zodat ik zoveel mogelijk beschut ben voor de wind. Soms rijden ze echter te snel voor mij, en laat ik ze wijselijk voorbijgaan. Mijn doel is om de tocht uit te rijden op een tempo dat voor mij comfortabel is.

De eerste helling, de Lange Ast, wordt meteen stevig aangepakt, en ik moet al snel lossen. Wat ik echter merk, is dat ik, na de tocht, mijn Strava raadpleeg en zie dat ik op deze berg mijn persoonlijke record heb verbeterd. Dit is voor mij toch wel belangrijk.

Vervolgens gaan we richting de volgende hellingen, eerst Nokere en dan Wortegem. Deze zijn niet te lastig. In Wortegem is er een bevoorrading met veel deelnemers. Gelukkig is er genoeg eten en drinken te krijgen, en zelfs dure gelletjes, wat een mooi extraatje is.

Daarna gaat het richting de Tiegemberg, die we twee keer beklimmen. De tweede beklimming is de echte uitdaging. We rijden verder naar Wortegem en beklimmen daar de Bergstraat. Zoals elk jaar komen we na 70 km in de finale terecht. In Oudenaarde beklimmen we de beroemde Vlaamse Ardennen Dreef. Deze is gemeen steil en ook nog eens een lange uitloper. Vervolgens staat de Varent op het programma; deze is niet veel beter. Boven gekomen, is er de tweede bevoorrading. Daarna volgt een kasseistrook en nog een laatste helling, om vervolgens terug naar Oudenaarde te fietsen.

Bij aankomst zet ik mijn fiets in de fietsenstalling en haal ik mijn gratis T-shirt op. Terugkijkend was het een mooie fietstocht en een perfecte start van het nieuwe seizoen.

Het weer was bewolkt met af en toe een beetje zon en zachte temperaturen. Het zou een zware tocht worden voor de maand maart. Ik koos voor de 105 km, met de nodige hoogtemeters en kasseien. Zoals gebruikelijk trok deze toertocht veel deelnemers aan, hoewel er toch velen voor de 75 km kozen. De 145 km leek mij iets te veel van het goede, dus ging ik voor de 105 km.

De start was bij de Hippodroom in Waregem, richting Wortegem. Al snel volgden enkele kleine heuveltjes richting Elsegem en Oudenaarde. Vanaf daar begon het serieuze werk. De Volkegemberg, de eerste kuitenbijter, werd gevolgd door de kasseien van de Holleweg. Daarna de Achterzijde van de Bossenaere en gevolg door een afdaling richting de gevreesde Berg Ten Houtte. Deze was zeer steil en lang, een flinke uitdaging. Vervolgens koers richting de Hotond, waar we wat verderop de eerste bevoorrading troffen. Voor mijn 25 euro startgeld was er niets te kort.

Na de bevoorrading ging het naar beneden de Hotond af, waarna de Knokteberg aan de beurt was. Dit begon al wat zwaarder te gaan, vooral het stuk door het bos, dat behoorlijk steil was. Daarna volgde een iets vlakker stuk, waarna de zeer moeilijke Stooktstraat moest beklommen worden. Deze weg komt bovenaan uit op de Patersberg. Via verschillende binnenwegen bereikten we de Korte Keer in Nukerke. Duwen, trappen en afzien, zo voelde het vandaag.

Het was nog niet voorbij. De Mariaborrestraat, met zijn gevreesde kasseien, eindigde met een halve Stationberg. Dit was zwaar en moeilijk. En als toetje mocht je dan ook nog even de Ladeuze beklimmen. Wat een dag!

In Oudenaarde volgde de tweede bevoorrading. Nog 35 km te gaan tot de finish, maar vlak werd het niet. In de omgeving van Moregem volgde de ene kleine helling na de andere. Er kwam nog een prachtig sluitstuk, met de kasseien van de Doorn en Huisepontweg. Gelukkig kon ik het aardewegeltje volgen, wat toch wel een verschil maakte om door te trappen. Een laatste helling was de Nokereberg, die nog redelijk vlot ging. Tot slot kregen we de kasseien van Herlegem op ons menu tot de aankomst.

Het was droog weer en tamelijk zonnig, ideaal voor een fietstocht door het Pajottenland. Er waren veel deelnemers, maar buiten de startlocatie kon ik toch nog voldoende parkeerruimte vinden. Een bewaakte fietsparking was echter niet aanwezig, en dat is toch wel een gemis voor zo’n grote organisatie. Het is maar te hopen dat je na de inschrijving je fiets nog terugvindt. Gelukkig stond mijn fiets er nog!

Nu was het tijd om aan de rit te beginnen, maar het werd al snel duidelijk dat het geen gemakkelijke tocht zou worden. Het Pajottenland is erg heuvelachtig; vlakke wegen komen hier bijna niet voor. Als je naar de hoogtemeter kijkt, merk je meteen dat de hoogtemeters zich snel opstapelen. De streek is echter wel prachtig om doorheen te fietsen.

Als je de kaart van het Pajottenland bekijkt, merk je dat je maar een klein stukje van de streek doorkruist. Waarom er niet meer van het Pajottenland in het parcours is opgenomen, weet ik niet. Wel is er een stuk door Henegouwen, wat behoorlijk pittig is voor wie niet gewend is aan de steilere hellingen.

Dan de bevoorrading: bij de start was er niet aangegeven waar deze te vinden was. Ik dacht dat er ergens rond de 40 km een bevoorrading zou zijn, aangezien er twee bevoorradingen gepland waren. Maar dit bleek niet het geval. Mijn drinkbus was na 40 km al bijna leeg, en de eerste bevoorrading kwam pas na 62 km. Helaas was er niet veel meer over: een half koekje, en dat was het. Ze waren onderweg met nieuwe voorraden, maar pas vijf minuten later arriveerden ze. Gelukkig waren er nog wat sinaasappels te vinden, evenals sportdrank, hoewel dat niet echt naar sportdrank smaakte—meer water met een beetje smaak.

Ik besloot door te fietsen naar de tweede bevoorrading, die 25 km verder lag. Daar was gelukkig genoeg aanbod: bananen en koeken, precies wat je nodig hebt. Niet meer, niet minder.

Vervolgens ging de rit verder naar de aankomst, maar het parcours werd opeens zwaarder. Hier en daar moest ik met de kleinste versnellingen een helling overwinnen. De afstand en de hoogtemeters begonnen hun tol te eisen. Bij de aankomst ben ik niet gestopt voor een drankje, aangezien ik geen zin had om na afloop mijn fiets kwijt te raken.

Conclusie van deze tocht
Met bijna 1100 hoogtemeters over 116 km kun je zeker spreken van een zware rit. Toch bleef ik een beetje op mijn honger zitten wat betreft het parcours. Er was te weinig Pajottenland en te veel Henegouwen. Het had mooier geweest als het parcours meer door het typische Pajottenland had geleid.


Eindelijk gingen we weer van start in deze rit.
Eigenlijk was ik niet van plan om aan deze toertocht deel te nemen, vooral vanwege het hoge inschrijvingsgeld, dat ik wat overdreven vond. 110 euro, maar je kreeg wel een windstopper van 75 euro erbij. Uiteindelijk besloot ik me in te schrijven. Bovendien was ik voldoende getraind voor deze tocht. De tocht van 80 km vond ik te kort, maar de 128 km was precies wat ik zocht. Het zou zeker geen gemakkelijke tocht worden. Kasseien in overvloed en de vele hellingen maakten het een zware uitdaging. 1500 hoogtemeters moesten overwonnen worden.

Ingeschreven en donderdag voor de start mocht ik mijn deelnamepakket ophalen. Startnummer 10294.
Zaterdag moest ik voor 9 uur starten. Ik stond om zeven uur op, had een goed muesli-ontbijt, en om 8:15 kon ik beginnen. De startplaats was Oudenaarde, op de markt. Natuurlijk was ik niet de enige. Honderden deelnemers gingen met volle moed de tocht aan. We fietsten meteen ontzettend hard naar de eerste helling.

Overal stonden seingevers en politieagenten op de kruispunten. Het was bijna te vergelijken met een wedstrijd. Voor velen was dit ook het geval; weinigen hielden zich aan de verkeersregels. De eerste helling was de Wolvenberg. Als je nog niet wist waar je aan begon, dan wist je het meteen. Ik ging meteen vol in de rode zone. Niet gemakkelijk, zo’n helling op fietsen. Al vanaf de eerste kilometer was het afzien.

Na de Wolvenberg volgden de stenen naar Mater, en vervolgens de Molenberg, de eerste helling op kasseien. Stel je voor: met honderden de voet van deze steile beklimming op. Sommigen moesten al van de fiets, de rest moest het juiste spoor vinden om naar boven te komen. Deze beklimming ging redelijk vlot voor mijn benen. Achteraf zag ik op Strava dat ik mijn persoonlijk record van jaren terug had gebroken. Ik was goed bezig.

Na deze helling volgden de kasseien van de Paddestraat. Die liggen mij helemaal niet, maar ik probeerde af en toe op de onverharde wegen te rijden. Dit lukte niet overal. Ondertussen stonden er al veel deelnemers met lekke banden. Ik had dat probleem niet, want ik rijd met tubeless banden. Veel gemakkelijker en lekvrij.

In Velzeke was de eerste bevoorrading gepland. Wat een massa mensen! Gelukkig was de bevoorrading zo groot als een voetbalveld, zodat ze alle deelnemers konden bedienen. En het is waar: de bevoorrading was van hoge kwaliteit. Alles was aanwezig, te veel om op te noemen, zelfs dure producten. Kortom, niets ontbrak. Het mocht ook wel voor je 115 euro inschrijvingsgeld.

Na de bevoorrading ging het verder voor een volgend zwaar stuk. De eerste helling was de Marlboroughstraat. Niet zo bekend, maar wel lang en lastig. Het was nog te doen. Via allerlei kleinere wegen en onbekende hellingen gingen we naar de Haaghoek. Kasseien, maar met de wind in de rug ging het redelijk vlot. Ik fiets met gravelbanden, zodat ik goed kan rijden op grindwegen en paden. Dat scheelt.

Onvermijdelijk kwam daarna de Leberg omhoog, gevolgd door de afdaling naar de Berendries. Dat was een ander kaliber. Er zaten een paar steile stukken tussen, maar ik was slim en probeerde zoveel mogelijk op een rustig tempo te rijden. Daarna ging het naar Brakel via enkele andere hellingen die niet meetellen voor de bergprijs, maar die je toch naar de kleinste versnellingen dwingen.

En daar was de volgende in het rijtje: de Valkenberg. Het begon al een beetje door te wegen. We zaten al rond de 700 meter hoogteverschil, en dat na 60 km. Via Schorisse naar Kerkem, wat ook niet makkelijk was. Trouwens, het gehele parcours bevat weinig vlakke kilometers. En dan stonden we aan de voet van de Eikenberg. Daar ging het niet goed: mijn benen draaiden niet meer rond, en ik zag bijna het einde van deze helling niet meer. Hij is onlangs heraangelegd, maar kasseien blijven kasseien.

Na de Eikenberg volgde de afdaling naar Oudenaarde voor de volgende bevoorrading. Even de tijd nemen voor rust, want nu zou het pas echt menens worden. Het zwaarste gedeelte kwam eraan. Laten we beginnen met de Koppenberg. Normaal is het al moeilijk om daar op te fietsen, en nu met al die deelnemers! Het leek meer op een wandeltocht naar boven. Maar ik probeerde toch te fietsen tussen de deelnemers die te voet gingen. Hoe verder je kwam, hoe meer mensen te voet gingen, maar ik gaf niet op, fietste door en uiteindelijk kwam ik boven. Ongelooflijk dat ik dat had kunnen presteren.

Maar daarna kwam de Mariaborrestraat en de Stationsberg, gevolgd door de Taaienberg. De klim duurde voor mij niet lang, want de weg was geblokkeerd door de aankomende MUG. Een deelnemer moest gereanimeerd worden, en helaas overleed hij later. Het blijft moeilijk om langs zo’n tragisch incident te fietsen, en het plezier van het fietsen was meteen verdwenen.

We gingen verder naar Berg ten Houtte. In één bocht was het daar ook ontzettend steil. Na deze helling richting Ronse voor de volgende bevoorrading. De nodige proviand inslaan en verder voor de laatste hellingen van de tocht. Begonnen met de Oude Kruisberg. Hij is oud, met zijn even oude kasseien, maar het ging nog vlot naar boven, ondanks de steilte.

Daarna volgden de Hotond en de Karnemelkbeekstraat. Ik had de indruk dat velen daar amper boven kwamen. Het was echter een goed lopende asfaltweg, maar na uren fietsen begon het zwaar door te wegen. En toen was het bijna voorbij: de afdaling naar Berchem werd verboden. De Oude Kwaremont was afgesloten vanwege een deelnemer die onwel was geworden. De MUG was erbij, evenals een helikopter. Helaas kon men niets meer doen, en deze deelnemer overleed ter plaatse. Wat een fietstocht!

Daarna mochten we rechtstreeks naar de Paterberg fietsen. Hetzelfde tafereel als bij de Koppenberg: voor velen een wandeltocht naar boven. Niet voor mij. Duwen en rijden, maar ik bleef tussen de voetgangers omhoog fietsen. En daar was de top, het einde van al deze hellingen. Met de wind tegen fietste ik naar Oudenaarde. Ik maakte het mezelf gemakkelijk door in de wielen van anderen mee te schuiven en uit de wind te rijden. Dit ging veel beter. En daar was dan de aankomst. Het gaf een speciaal gevoel om daar te komen. Ik nam een paar foto’s en kreeg een enorme medaille overhandigd. Kijk, ik ben trots op mezelf: 125 km, 1560 hoogtemeters en een heleboel kasseien. Helaas werd de ervaring overschaduwd door het overlijden van twee deelnemers. Dat is een domper als je er later op terugkijkt.

Een rit die ik al meerdere keren heb gereden.
De start is telkens in Zulte, bij het voetbalplein.

Vandaag fietste ik samen met mijn zoon Boris. Eerst reden we met de fiets naar de start, via Ooike en meteen ook de eerste helling: de Nokereberg.
Deze kan je via het gootje naar boven rijden; kleine versnellingen heb je daarvoor niet nodig.

Aangekomen in Zulte parkeerden we de fietsen bij de bewaakte fietsenstalling. Het was al vrij laat toen we vertrokken, dus de meeste deelnemers waren al weg. De eerste beklimming was de Korte Ast in Mullem. Ook dat is niet zo’n lastige helling, maar het tempo van mijn zoon lag toch wat te hoog voor mij. Ik liet hem dan ook verstandig zijn eigen tempo rijden.

In Munkzwalm was de eerste bevoorrading. Niet veel volk meer aanwezig, maar ik was al blij dat ze nog open was. Koeken, sportdrank en bananen – meer hoeft dat niet te zijn.

Zes kilometer verder verlieten we het parcours van 115 km, want het was vandaag de bedoeling om 100 km te fietsen, niet meer. Vanaf daar begon het serieus bergop te gaan. De ene helling volgde de andere op. Geen bekende namen, maar het was toch vaak duwen.

Via Schorisse reden we verder tot in Ronse. Daar wachtte nog de Spichtenberg – eigenlijk drie hellingen na elkaar.
De laatste was de Hotond, waar ik mijn persoonlijk record verbeterde.

Bij de tweede bevoorrading aangekomen, zagen we dat er al veel meer deelnemers aanwezig waren. Wij hadden toen al 85 km gefietst, en vanaf daar konden we de weg naar huis nemen.

Terugkijkend was het een mooie tocht. Met 750 hoogtemeters was het niet overdreven zwaar.
Nee, het moet niet elke week de Ronde van Vlaanderen zijn.

Een zonnige start in Zwevegem voor een tocht van 90 km richting het prachtige Pays des Collines. Er waren heel wat deelnemers voor deze fietstocht. Ook voor gravelbikes was er een parcours voorzien, al leek daar minder interesse voor te zijn – ik zag alvast niet veel gravelrijders onderweg.

De eerste kilometers waren licht heuvelachtig, ideaal om de benen wat op te warmen. Via Sint-Denijs en Celles trokken we richting Cordes. Het tempo lag niet al te hoog, dus ik kon rustig in het wiel blijven zitten. Zo ging het lekker vlot vooruit.

Vanaf Anvaing begon het echte klimwerk in de heuvels van het Pays des Collines. De Rue Taillette is zo’n venijnige, steile helling. Daarna volgde een afdaling naar Frasnes-lez-Buissenal, met aansluitend de klim naar La Croisette. Daar werd het voor velen al serieus afzien. Toch slaagde ik erin om mijn persoonlijk record te verbeteren!

Na de afdaling richting Saint-Sauveur kregen we nog de derde klim voorgeschoteld: de Rue des Monts. Drie stevige hellingen op korte tijd! Degenen die kozen voor de langste afstand mochten er nog een paar extra bij nemen – maar dat liet ik vandaag aan me voorbijgaan.

De terugweg ging richting Ronse, en van daaruit over golvende wegen naar Orroir waar de tweede bevoorrading was. De eerste stop was iets na 33 km, in Cordes. Beide bevoorradingsposten waren van uitstekende kwaliteit, zeker als je bedenkt dat de inschrijving slechts 10 euro kostte. Er was sportdrank, een ruime keuze aan koeken, en zelfs pannenkoeken – iets wat je zelden ziet bij andere tochten.

Vanaf Orroir hadden we grotendeels de wind mee richting Zwevegem.

Conclusie van de dag?
Een uitstekend georganiseerde fietstocht met een mooi en uitdagend parcours. Iets meer dan 800 hoogtemeters – meer moet dit niet zijn

Vandaag een rit in eigen streek: een zomerse dag en een tocht van 100 kilometer.
Aan de start in Oudenaarde stonden opvallend veel deelnemers klaar. Het beloofde geen gemakkelijke rit te worden, met als eerste beklimming meteen de Wolvenberg.

Daarna ging het via Horebeke, Elst, Michelbeke, Sint-Lievens-Esse, Aaigem en Denderhoutem naar Denderleeuw. Met andere woorden: vlakke wegen waren schaars. Onderweg beklommen we tal van onbekende hellingen – het hoeft tenslotte niet altijd dezelfde te zijn.

Aan het voetbalplein van Dender was er bevoorrading voorzien: meer dan voldoende om een hongerklop te vermijden. Bij de start had je een kaartje meegekregen dat je moest laten afstempelen bij de bevoorrading. De ene helft moest je bij aankomst inleveren voor een gratis consumptie; de andere helft kon je in een plastic bak deponeren. Wie daaruit werd uitgeloot, kreeg een jaar lang elke dag een gratis Duvel. Niets voor mij.

Na de bevoorrading ging het verder richting Mere en Sint-Lievens-Houtem. In Velzeke konden we een tweede keer aanschuiven voor drank en koeken. De laatste kilometers bleven pittig, met voortdurend op en af tot vlakbij de Liefmansbrouwerij in Oudenaarde. Een mooie rit vandaag, zomers weer met temperaturen tot bijna 30 graden.
Tijd om mijn bonnetje in te ruilen voor een frisse Liefmans On The Rox – alcoholvrij.
Spijtig genoeg was ik onderweg mijn kaartje verloren. Daar ging mijn gratis drankje.
Dan maar naar huis gefietst… voor een tas koffie

Vandaag zochten we het wat verder: Tubeke ligt zo’n 70 km van Oudenaarde.
De start was aan het Bondsgebouw van de wielerbond.
Er was een kleine parking voorzien aan het gebouw, en vreemd genoeg was er nog plaats.
Het zou vandaag dus zeker geen massabijeenkomst worden.
En dat bleek ook zo te zijn: een rustige rit door het golvende landschap.

Echte zware hellingen kom je hier niet tegen — in elk geval, ik heb ze niet gezien.
Wel voortdurend op en af, en daardoor tikt het aantal hoogtemeters aan.
Getuige daarvan: 1050 meter op een afstand van 120 km.

Veel weidse landschappen, maar het warme zomerweer was verdwenen.

In Steenkerque was de eerste bevoorrading, in de plaatselijke school, na 45 km.
Koeken, bananen, watermeloen en sportdrank.
Niets tekort voor je 7 euro inschrijvingsgeld.
Ja, het is niet overal 20 euro of meer.

Daarna volgde een lus van 40 km, met een golvend parcours.
Hier en daar wat lastiger, maar nooit overdreven zwaar.

Na zo’n 70 km begonnen de eerste regendruppels te vallen, en die werden alleen maar groter.
Tegen de tweede bevoorrading was het al stevig aan het regenen.
Veel volk was daar niet meer te bespeuren — integendeel, men was al druk bezig alles op te breken. En dat net iets na 13 uur.
Voor degenen die na mij kwamen, zal er wellicht niet veel meer over geweest zijn.
Dat is volgens mij toch een minpunt van deze tocht.

Ondertussen had ik mijn regenjasje aangetrokken en kon ik verder rijden in de plenzende regen.
Het is eventjes opgedroogd, maar de laatste 15 km viel de regen weer flink.
Bij aankomst was ik helemaal verzopen.
Het water stond letterlijk in mijn schoenen.
En warm was het ook al niet meer.

Snel nog mijn cadeautje gaan ophalen dat ik kreeg, en dan snel naar huis en de verwarming aan.
En te bedenken dat het twee dagen voordien nog snikheet was…

Terugkijkend op een mooie tocht — maar ik had het liever toch wat lastiger gezien.
Wel veel hoogtemeters, maar niet echt zwaar.

Het was een zonovergoten dag in Kortrijk. Aan de start stonden niet overdreven veel deelnemers, en dat bleef zo gedurende de hele rit. Het werd dan ook een tochtje op jezelf. In iemands wiel hangen en profiteren van beschutting zat er vandaag niet in.

De eerste kilometers waren golvend en soms licht bergop. Wie dacht dat het parcours biljartvlak zou zijn, kwam bedrogen uit. Gelukkig reed de route over mooie wegen door prachtige natuur. De organisatie had goed werk geleverd door zoveel mogelijk rustige, verkeersarme wegen te selecteren.

Na 27 kilometer volgde de eerste helling van de dag: de Kluisberg. Meteen schakelen naar de kleine versnellingen, want deze klim blijft ongemeen steil. Het is niet bepaald mijn favoriete beklimming.

In Ronse was de eerste bevoorrading voorzien, met alles erop en eraan — uiteraard met producten van Decathlon zelf. De cake vond ik persoonlijk erg lekker. Ik vulde mijn drinkbus bij, want de temperatuur was intussen flink gestegen.

Na Ronse reden we het Pays des Collines binnen. Dan weet je dat het alleen maar zwaarder wordt. De Déflière is een lange, steile klim, nog lastiger dan de Kluisberg. Daarna volgden de Semenil en de Grinquier, en we sloten af met de beklimming van de Taillette. Dit waren duidelijk de zwaarste hellingen van de dag.

We bereikten de tweede bevoorrading in Anvaing. Er waren maar weinig andere deelnemers te zien. Eigenlijk waren we nog maar 22 kilometer verder sinds de vorige stop — wat aan de vroege kant was, want er wachtte nog bijna 50 kilometer tot de finish. Bidons bijvullen dus, voor het vervolg van de rit.

Het parcours bleef golvend tot aan de Schelde in Spiere-Helkijn. Met de wind in de rug werd het een stuk aangenamer fietsen. Echt vlak werd het nooit, waardoor de hoogtemeters bleven oplopen.

Uiteindelijk klokten we af op 101 kilometer met 870 hoogtemeters — zeker niet slecht. Bij aankomst was het inmiddels al behoorlijk warm geworden. Een gratis drankje zat er helaas niet in. Maar goed, voor een inschrijvingsgeld van 7 euro kun je ook niet alles verwachten.

Een jaarlijkse rit die ik altijd meefiets: de Altebra Classic in Ophasselt.
Blijkbaar denken veel deelnemers er net zo over, want het deelnemersaantal liegt er niet om.

Vlakke wegen zijn hier niet te vinden — integendeel, het is een uitdagend maar prachtig parcours met verschillende afstanden. De langste tocht bedraagt 135 km en voert onder andere over de Bosberg.

Ik koos dit keer voor de 95 km, met als afsluiter de Muur van Geraardsbergen. Het hoeft niet altijd een lange afstand te zijn om uitdagend te zijn.

Ondanks het grote aantal deelnemers fiets je zo’n tocht meestal toch alleen. Voor mij geen probleem — ik heb dat eigenlijk liever.

Het parcours begon met een stuk richting Parike, waar we meteen de eerste helling voor de kiezen kregen. Wat later volgde de beklimming van La Bruyère, waarvoor je de kleinste versnellingen al mag aanspreken.

Via Ellezelles ging het verder naar de Seminel. Die had ik trouwens vorig week ook al beklommen tijdens een tocht die vertrok vanuit Kortrijk.

In Contreppe was er de eerste bevoorrading: bananen, koeken, wafels en sportdrank. Ik heb al uitgebreidere bevoorradingen meegemaakt, maar voor 7 euro is dit absoluut meer dan voldoende.

Daarna volgde nog meer klimwerk, en bovendien kregen we de wind pal op kop — en dat zou zo blijven tot in Geraardsbergen, een kleine 40 km verder.

Vlak voor de Muur kregen we nog de Buizemont voorgeschoteld, een helling die je nog redelijk vlot kunt nemen. Maar bovenaan stond de keuze je op te wachten: het parcours volgen met of zonder de Muur. Het is altijd verleidelijk om de lus zonder Muur te nemen, maar daarvoor zijn we natuurlijk niet gekomen.

Dus: afdalen naar de Vesten en dan omhoog richting de Muur. De Vesten zijn goed te doen, maar de laatste stroken van de Muur zijn ongemeen steil. Na 80 km en bijna 1000 hoogtemeters voel je dat wel in de benen. Al bij al viel het nog mee — al liggen de kasseien er erbarmelijk bij, wat het extra lastig maakt.

Daarna volgde nog de Kapelmuur en kon je genieten van een prachtig panorama — als je daar tenminste nog goesting voor had.

Na de Muur was er een tweede bevoorrading, en dan was het nog een goeie 15 km tot aan de finish, via golvende wegen.

Aan de aankomst was het gezellig druk: muziek, etende mensen, een sfeertje. Je kreeg nog een gratis drankje, en ik trakteerde mezelf op een hotdog. En die smaakte!

Als ik terugkijk op deze rit, kan ik alleen maar zeggen: zoals elk jaar uitstekend georganiseerd.

1080 hoogtemeters op 95 km — dan mag je gerust spreken van een serieuze klimrit.

Vandaag stond er een stevige rit op het programma in en rond Pollare.

Met de auto naar De Gavers in Geraardsbergen – makkelijk parkeren daar – en dan op de fiets richting start, langs het jaagpad langs de Dender tot in Pollare.

Er was behoorlijk wat volk op de been, altijd fijn om zo’n opkomst te zien.

De eerste kilometers waren licht golvend en goed om in het ritme te komen. Vanaf Parike begon het serieuzere werk, met eerst de Fayte en daarna Le Kleppe. De benen moesten meteen aan het werk.

Via Vloesberg ging het richting de onvermijdelijke Paillart – pittig klimmetje zoals altijd.

In Opbrakel was er bevoorrading: sportdrank, bananen en koeken. Snel bijtanken en weer door.

De tocht vervolgde langs de lange Gauwinkel en het Leideveld. Richting Michelbeke bleven we weg van de Berendries – gelukkig – en kozen we voor de Elverenberg, een pak vriendelijker voor de benen.

Via Voorde kwam ik terug aan in Zandbergen, en daarna nog het laatste stuk naar Pollare. De terugweg naar de auto volgde opnieuw het jaagpad langs de Dender.

Uiteindelijk 100 kilometer op de teller, met iets meer dan 800 hoogtemeters. Een mooie rit, prima organisatie, en goede wegen – vooral kleine, rustige baantjes door de Vlaamse Ardennen. De grote wegen werden netjes vermeden.

Kortom: een geslaagde tocht met alles erop en eraan.

Dag twee van mijn fietstochtavontuur, met start in Ingelmunster. Vandaag kon je gratis deelnemen – altijd mooi meegenomen. Waar er in Pollare nog flink wat deelnemers opdoken, was het nu beduidend kalmer. De route was enkel via GPS te volgen, dus geen bordjes dit keer.

Van bij de start was het duidelijk: de wind had er zin in, en koos mij als gezel – helaas pal op kop. Dat zou het eerste deel van de rit grotendeels bepalen.

Het parcours – deel 1: een saaie beproeving

De route bracht me via Lendelede, Moorslede, Wevelgem, Wervik en Komen naar Ploegsteert. Helaas verliep dit stuk vrijwel volledig langs lange, drukke wegen. Fietspaden waren er wel, maar plezierig rijden kon je het moeilijk noemen. En telkens die strakke tegenwind… Het was zwoegen, niet genieten.

Ik vraag me echt af wie zo’n parcours uitstippelt. Er moeten in deze regio toch rustigere, aantrekkelijkere wegen zijn? Met een routeplanner zoals Komoot zou je makkelijk een aangenamere route kunnen samenstellen. Dit stuk was eentonig, frustrerend en gewoon niet leuk fietsen.

Omkering in Ploegsteert

Vanaf Ploegsteert draaide de wind in mijn voordeel. Met de wind in de rug – of op z’n minst van opzij – veranderde het gevoel van de rit compleet. Plots reden we over kleinere, rustigere wegen en dook er zelfs wat natuurschoon op. Het Heuvelland blijft een prachtige streek om door te fietsen, en dat merkte ik meteen. Het parcours kreeg ook meer reliëf, wat voor een sportieve fietser altijd welkom is.

Bevoorrading in Geluveld – eindelijk!

Na 65 kilometer bereikte ik de bevoorrading in Geluveld. Veel te laat in het parcours, als je het mij vraagt. En ik was er moederziel alleen. In totaal denk ik dat slechts twee deelnemers me gekruist hebben. Niet bepaald een volksfeest dus.

Maar: de tafel was goed gevuld en… rijsttaartjes! Zoveel je wou. Een kleine troost, en het gesprek met de mensen van de bevoorrading maakte het moment toch gezellig.

Laatste rechte lijn

De resterende 30 kilometer naar Ingelmunster waren een verademing. Mooie wegen, beter parcours, aangenamer fietsen – het was alsof ik een andere tocht reed.

Besluit

De eerste 45 kilometer naar Ploegsteert waren een gemiste kans. Te druk, te saai, en die wind maakte het nog zwaarder. Maar vanaf daar werd het echt de moeite: een rustiger, mooier traject met het Heuvelland als kers op de taart. Ook de bevoorrading – al kwam die laat – was dik in orde.

Hopelijk herbekijken de organisatoren het eerste deel van het parcours, want met een paar aanpassingen kan dit een toptocht worden.

Zondagmorgen in Deinze, klaar voor opnieuw een rit ten voordele van het goede doel. De opkomst was behoorlijk: veel deelnemers aan de start, en dat zou onderweg zo blijven. Gezellig druk dus.

Wat de rit zelf betreft: een vlak parcours van net iets meer dan 80 kilometer. Een rondje rond Deinze, zonder veel verrassingen. De eerste kilometers gingen door Gottem, Wontergem en Vinkt. Daarna volgden Meigem, Nevele en Hansbeke. We raasden vlot over de biljartvlakke wegen, met enkel hier en daar een brug om het hartslagritme lichtjes te laten pieken.

De bevoorrading in Merendree was aan de magere kant. Geen stuk fruit te bespeuren, enkel een paar koeken en wat sportdrank. Ik heb wel al betere stops meegemaakt. Gelukkig had ik zelf nog iets in de achterzak.

Na Merendree ging het verder richting Landegem en Deurle, en via Petegem aan de Leie keerden we terug naar de startplaats. Daar wachtte nog een gratis broodje met worst – altijd mooi meegenomen na een sportieve inspanning.

Toch moet ik eerlijk zijn: deze rit gaf me weinig voldoening. Het parcours was zoals aangekondigd vlak, maar het daagde me nergens uit. Misschien speelde ook mee dat dit mijn derde fietsdag op rij was; de vermoeidheid zat duidelijk in de benen. De vonk ontbrak.

Volgend jaar? Als het parcours hetzelfde blijft, kies ik wellicht voor een alternatief. Misschien een tocht richting de Vlaamse Ardennen – daar waar de kuiten kunnen spreken en het landschap prikkelt.

.

Na een paar maanden zonder echte mountainbiketocht was het eindelijk weer zover. De bestemming: Kruishoutem. Geen vlakke polderrit vandaag, maar een sportieve tocht door een heuvelachtig landschap.

Ik besloot er met de fiets naartoe te rijden om de dag wat extra kilometers te geven — 14 km opwarming tot aan de start. Voor de eigenlijke tocht koos ik de langste afstand: 65 km, goed voor een stevige portie kuitenbijters.

Het parcours verraste in positieve zin. Dwars door Wortegem, langs prachtige privédomeinen die enkel voor deze gelegenheid opengesteld waren. Een unieke kans om bijvoorbeeld door het Bouvelobos te rijden, normaal ontoegankelijk terrein. Technisch, uitdagend en puur genieten.

De klimmetjes volgden elkaar in snel tempo op. Smalle paadjes, landwegels, en pittige hellingen bepaalden het ritme. Gelukkig was ook de bevoorrading dik in orde – een welgekomen pauze tussen het klimwerk door.

Even later doken we het Oud Moregem bos in, opnieuw een pareltje. Via enkele offroad privéstroken ging het richting Nokereberg. Die laatste beklimming over onverharde wegen zette nog eens alles op scherp.

Aan de finish wachtte een gratis pistolet met gebraden worst – de perfecte beloning na zo’n rit. Daarna nog 14 kilometer naar huis bollen. Totaal op de teller: 87 km.

Een geslaagde MTB-dag in het hart van de Vlaamse Ardennen. Kruishoutem en Wortegem leverden een gevarieerd, natuurlijk en sportief parcours. Hier kom ik zeker terug.

Een volgende rit op de kalender, ditmaal in Zomergem. Ideale omstandigheden voor een zomerse MTB-tocht: zonnig, warm, en droog genoeg om de paden in topvorm aan te treffen. Tijd om de benen nog eens goed los te rijden!

We vertrokken richting Knesselare via een gevarieerd parcours: veldwegen, bosstroken en stukken verharde ondergrond wisselden elkaar mooi af. Al snel doemde het bekende Drongengoed op — een klassieker in de streek, en op warme dagen een verademing om door te cruisen. Schaduw, koelte, dennengeur… het pure plezier van mountainbiken in het bos.

In Kleit wachtte de eerste bevoorrading. Die stelde eerlijk gezegd niet veel voor. Er stond een oudere man drank uit een andere kuip over te gieten met een soort plastic kan — dat gaf me weinig vertrouwen. Ik hield het dus maar veilig.

Het tweede deel van het parcours was anders van opzet. Richting het Schipdonkkanaal, waar we lange stukken langs het water aflegden. Mooi uitzicht, dat wel, maar als mountainbiker krijg je na een tijd toch genoeg van die eindeloze rechte stroken. Geef mij maar kronkelende bospaden en verrassende singletracks.

Gelukkig maakte de tweede bevoorrading veel goed. Vriendelijk onthaald door een behulpzame dame, en deze keer hygiënisch en verzorgd. Er lagen zelfs stukken meloen klaar — fris, sappig, en ideaal om de motor weer op temperatuur te brengen. Zo hoort het!

De officiële afstand bedroeg 62 kilometer. Aangezien de benen nog niet moe waren en de zon nog hoog stond, besloot ik er nog een extra lusje aan te breien langs het Schipdonkkanaal. Niet het spannendste stuk, maar goed om het uithoudingsvermogen wat op de proef te stellen.

Terug in Zomergem bleek ik nog recht te hebben op een gratis cola of ander drankje. Helaas vergeten… Geen slimme zet, want zo’n frisse cola na een warme rit had er zeker in gegaan.

Eindconclusie: Een gevarieerd parcours met mooie bosdoorsteken en onverharde paden, ideaal voor een zomerse MTB-rit. De stroken langs het Schipdonkkanaal mogen voor mij wat korter, maar verder een geslaagde tocht met een sportieve vibe.

Op een snikhete vrijdag besloot ik mijn mountainbike los te laten op het parcours van Kalken. Een doordeweekse tocht van 50 kilometer – wat eigenlijk net iets te kort leek om er met de auto naar toe te rijden. Nee liever naar Scheldewindeke en dan verder naar Kalken.

Vanuit Scheldewindeke trapte ik 18 kilometer richting Kalken. Een opwarmertje, maar de wegen ernaartoe stelden zwaar teleur. Smalle, versleten fietspaden, druk verkeer, en op de route naar Wetteren leek het soms zelfs levensgevaarlijk met al die voorbijrazende camions. Niet de meest relaxte aanloop, en dat terwijl de thermometer al flirtte met de 29 graden. Gelukkig had ik voldoende water voorzien — voorbereiding is alles.

De startlocatie bij het voetbalveld van Kalken verraste aangenaam: een modern complex, alles goed geregeld. Tot mijn plezier bleek de tocht 55 kilometer in plaats van 50, en met de heen- en terugrit in het achterhoofd zou ik uiteindelijk boven de 90 kilometer uitkomen. In deze hitte geen klein bier!

Het parcours zelf? Topklasse.
Een gevarieerd lint van onverharde wegen, pittige singletracks, en verrassende bosdoorsteekjes. Technisch genoeg om je alert te houden, maar nooit té lastig. Er zat een heerlijk ritme in het traject. De Kalkense Meersen en de omliggende landelijke stroken zorgden voor mooie vergezichten en de nodige verkoeling tussen het groen.

De bevoorrading halverwege was uitstekend geregeld. Koele sportdrank (in twee smaken), vers fruit en voldoende keuze. Voor amper vijf euro inschrijvingsgeld voelde dit als pure verwennerij.

Na anderhalf uur zweten en ploeteren kwam ik terug aan in Kalken. Maar het feest was nog niet voorbij: het parcours leidde ons letterlijk dóór het plaatselijke café. Langs de achterdeur binnen, tussen de bierkratten door, en via de voordeur weer naar buiten. Origineel, speels en perfect getimed om dorstige bikers een knipoog te geven.

Bij de finish wachtte mijn verdiende cola, en ik trakteerde mezelf op een broodje worst. Smaakt dubbel zo goed als je het op eigen kracht hebt verdiend. Maar mijn benen voelden intussen zwaar. De terugrit naar Scheldewindeke – nog eens 18 kilometer – was er eentje op karakter.

Ook al was het verkeer rustiger op de terugweg, de wegen tussen Wetteren en Oosterzele blijven een pijnpunt. Als fietser voel je je daar simpelweg niet veilig. De route naar Zottegem? Die zou ik iedereen afraden met twee wielen.

Om 22 uur rolde ik de parking op van station Schellebelle.
92 kilometer op de teller, een hoofd vol zon en een lijf dat snakte naar rust. Het was een geweldige tocht, met een topparcours en dito sfeer, maar de combinatie van hitte en lange afstand maakte het toch net iets zwaarder dan gepland.

Conclusie: Een aanrader voor wie houdt van technische passages, verrassende elementen en een goed georganiseerde tocht. Maar misschien toch beter met frisse benen en wat minder zomerse temperaturen.