fietstochten 2026

28/02/2026

Kuurne – Brussel – Kuurne

De eerste fietstocht van het jaar.
Een bewolkte dag met veel wind — dat waren meteen de grote tegenstanders van deze rit.

Ik startte in Kuurne, richting de Vlaamse Ardennen. Al van bij het begin kreeg ik te maken met een felle zijwind en stevige tegenwind. Het was moeilijk om iemands wiel te houden; telkens werd ik er weer afgereden. Moeizaam vechtend tegen de wind voelde ik het in elke vezel van mijn lichaam.

In maart word ik 66. Ik begin het toch te voelen. De jaren gaan vooruit en vanzelf beter word ik er niet op. Dus besloot ik mijn eigen tempo te zoeken, als een eenzame fietser strijdend tegen de weerelementen.

Zo geraakte ik in Tiegem voor de eerste helling van de dag: de Bomstraat. Normaal geen al te moeilijke klim, maar vandaag voelde dat helemaal anders aan. De wind blies recht in het gezicht en maakte elke pedaalslag zwaarder dan ze eigenlijk was. Ik was duidelijk niet de enige die het lastig had; boven aangekomen zag ik overal dezelfde gespannen gezichten.

Daarna ging het richting Kluisbergen. Via Zulzeke begon de volgende klim: de Hoogbergstraat, gevolgd door de klim naar de Hotond. De wind kwam nu van rechts en sneed in de benen. Het deed pijn.

Ook de Horlitin bleek een taaie klant, vooral de laatste driehonderd meter die venijnig stijl omhoog liepen.

En toen kwam de regen.

Eerst wat aarzelende druppels, maar al snel ging het harder en harder regenen. Ik trok mijn regenjasje aan, maar mijn voeten werden koud. Met een harde wind en amper negen graden werd het een gevecht tegen verkleumde ledematen.

Na 57 kilometer was er eindelijk een eerste bevoorrading — rijkelijk laat voor een tocht van 86 kilometer. En net daar goot het water met bakken uit de lucht. Nog dertig kilometer in de regen  was het vooruitzicht. Het was geen prettig idee.

Via Moen en Sint-Denijs was het opnieuw klimmen geblazen. Met hier en daar verraderlijke rukwinden werden de hellingen nog moeilijker te overwinnen.

Pas richting Kuurne kreeg ik de wind in de rug. Maar veel had ik er niet meer aan; het beste zat al in de eerste uren. Mijn lichaam had gegeven wat het kon.

Na vier uur fietsen bereikte ik opnieuw de startplaats in Kuurne.Terugkijkend op deze tocht:
veel wind, venijnige rukwinden en twee uur in de regen fietsen maakten van deze eerste rit van het jaar meteen een bijzonder zware beproeving.

Ename Classic — 7 maart 2026


Een koude dag vandaag met amper 6 graden en veel mist. Het vertrekpunt was Oudenaarde, te bereiken te voet of met de fiets. De Ename Classic lokt altijd veel deelnemers en vandaag was dat niet anders. Je fietst zelden alleen: groepen rijden je voorbij en als het even kan, sluit je zo lang mogelijk aan.

Het parcours ging richting Mullem via de Lange Ast. De Holstraat was de eerste helling van de dag, en er zouden er nog vele volgen. De Kleistraat was de volgende, een korte helling maar toch.

Nadien volgde de bevoorrading in Wortegem. 28 euro betaald en als je ziet wat je daarvoor krijgt, is het zijn geld niet helemaal waard. Maar iedereen betaalt het, dus wat doe je eraan.

Na de bevoorrading volgde het echte werk. Te beginnen met de Tiegemberg, en die moest je zelfs tweemaal beklimmen. De eerste keer ging nog wel, maar de tweede beklimming verliep moeizaam. Op de kleinste versnelling naar boven, terwijl je dat normaal op de grote plaat doet. Vandaag zat dat er niet in.

De volgende was de klim naar de kerk van Gijzelbrechtegem: kort maar steil. De Bergstraat in Petegem was even zwaar, en de Pareelstraat kon je net aan rijden in een grotere versnelling.

Na 70 kilometer volgde via Leupegem de Vlaamse Ardennen Dreef. Een echte kuitenbijter, zeer steil in het begin met een lange uitloper. Via Maarke-Kerkem dan naar de laatste helling, de Varent. Na 80 kilometer is ook die geen cadeau. Eenmaal boven wacht de bevoorrading aan Brouwerij Roman. Voor de liefhebbers staat er een pintje Ename-bier klaar, maar dat is niets voor mij.

De laatste 13 kilometer gaan overwegend bergaf en bergop terug naar de aankomst in Oudenaarde. Ondertussen was de zon doorgekomen, maar fris bleef het wel. Je rugnummer kon je inwisselen voor een t-shirt.

90 kilometer en 800 hoogtemeters — dat zegt genoeg over het karakter van deze tocht.

Ingooigem – Stijn Streuvels Classic

21 maart 2026

Een zonnige maar frisse lentedag: ideaal fietsweer om de benen nog eens stevig te testen. Dit jaar laat ik Dwars door Vlaanderen in Waregem links liggen – 25 euro inschrijvingsgeld vond ik er wat over. Voor amper 3 euro kies ik vandaag voor de Stijn Streuvels Classic in Ingooigem.

De dag begint meteen sportief, want Ingooigem ligt zo’n 18 kilometer van huis. Dat betekent al 36 kilometer extra op de teller, nog vóór en na de rit zelf. En het parcours? Dat belooft allesbehalve vlak te worden.

De aanloop naar Ingooigem is al pittig: glooiend terrein en een stevige wind in de rug. Dat voelt aangenaam, maar tegelijk weet ik wat dat betekent… de terugweg zal afzien worden.

Vanaf de start gaat het meteen richting de flank van de Tiegemberg. In tegenstelling tot de drukte in Waregem wordt dit een eerder eenzame tocht. Tot aan de bevoorrading in Saint-Sauveur word ik door amper drie andere deelnemers ingehaald. Het is stil, bijna sereen – enkel het geluid van mijn eigen ademhaling en de wind.

De hellingen volgen elkaar snel op. De Beiaardstraat, gevolgd door de Kuitberg: onbekend, maar venijnig genoeg om meteen naar de kleine versnelling te grijpen. Daarna komt Terbeke, opnieuw zo’n kuitenbijter die in de benen kruipt.

En dan: Ten Houte. Een bekende naam. Hier kruist mijn parcours dat van de renners uit Waregem en plots rijd ik niet langer alleen. Tientallen wielertoeristen duiken op. De klim zelf is pittig, met een combinatie van kasseien en asfalt, maar de aanwezigheid van anderen geeft een extra boost.

Boven wacht opnieuw de rust. Alleen verder richting Ellezelles, waar de prachtige klim van de Seminil ligt te wachten. Dit is fietsen in stilte, midden in het Pays des Collines. Pure schoonheid, maar ook pure inspanning.

De Rue des Monts vormt nog een stevige afsluiter van het klimwerk, met enkele steile stroken die het beste uit je benen halen. Intussen heb ik al een mooi rijtje hellingen achter de kiezen.

Daarna volgt de afdaling richting Saint-Sauveur, waar de bevoorrading wacht. Veel volk verwacht ik niet – en dat klopt. Slechts een handvol deelnemers is er aanwezig.

De bevoorrading zelf is… minimalistisch. De bananen zijn al op, er blijven enkel wat melkdrankjes en suikerwafels over, die in acht stukjes worden verdeeld. De sportdrank lijkt eerder water met een vleugje smaak. Cola is er ook, maar niet bepaald van de soort waar ik warm voor loop.

Het is pas middag, en starten kon tot 12 uur. Wie later vertrok, zal nog minder gehad hebben. Maar goed, voor 3 euro mag je misschien niet te veel verwachten. Dan had ik inderdaad maar in Waregem moeten rijden. Gelukkig heb ik zelf voldoende proviand mee.

Na de bevoorrading draait de wind. Wat eerst een bondgenoot was, wordt nu een tegenstander. Zijwind en tegenwind maken het rijden zwaarder, kilometer na kilometer.

In Escanaffles krijg ik de kans om de rit in te korten en rechtstreeks naar huis te rijden. Even twijfel… maar uiteindelijk kies ik ervoor om de volledige lus af te werken. Karakter tonen.

Vanaf Ingooigem begint het laatste stuk naar huis, volledig tegen de wind in. Het wordt een taaie strijd. Na in totaal 118 kilometer kom ik thuis, moe maar voldaan.

Deze tocht heeft alles: mooie landschappen, pittige hellingen en de strijd tegen de wind. Maar ook veel eenzaamheid onderweg en een eerder sobere bevoorrading.

Terugkijkend kan ik zeggen: een prachtig parcours, maar eentje dat je grotendeels alleen rijdt. En die banaan? Die heb ik gemist… Misschien volgende keer toch wat sneller fietsen 😉

Evergem–Rieme – 4 april 2026
107 km

Dit jaar geen Ronde van Vlaanderen voor mij. De goesting ontbrak en eerlijk is eerlijk: 105 euro inschrijvingsgeld is toch stevig. Bovendien is mijn conditie nog niet wat ze moet zijn. Genoeg excuses dus om die klassieker links te laten liggen.

In de plaats koos ik voor een tocht in Evergem-Rieme. Niet meteen bij de deur, maar toch de moeite om erheen te trekken. Mijn doel was duidelijk: een strak tempo rijden en mikken op een gemiddelde van 24 km/u.

Het parcours beloofde weinig verrassingen: 107 km biljartvlak, met slechts twee bruggen als noemenswaardige “hindernissen”. De wind daarentegen zou een veel grotere rol spelen.

In het begin kon ik even aanpikken bij een groepje, maar dat avontuur was van korte duur. Constant boven de 30 km/u rijden bleek net iets te hoog gegrepen. Verstandig als ik was, liet ik ze gaan en koos ik mijn eigen tempo.

Tot aan de eerste bevoorrading in Sint-Laureins had het parcours weinig te bieden: lange, rechte wegen, weinig variatie en een strakke zijwind die voortdurend aan de benen knaagde. Echt genieten van de omgeving zat er niet in.

De bevoorrading zelf was basic: koeken, sportdrank… en banaan. Al blijft het voor mij een raadsel waarom die altijd in vijftien stukjes gesneden moet worden. Dat hoeft voor mij echt niet.

Na de korte stop ging het richting Maldegem en daarna naar Damme. Daar werd het plots een stuk mooier, maar tijd om te genieten nam ik niet. Het tempo moest erin blijven.

Met de wind nu grotendeels in de rug ging het vlotter. Af en toe nog wat zijwind, maar het zwaarste werk leek achter de rug. De tweede bevoorrading lag opnieuw op dezelfde plaats, maar daar was het ondertussen uitgestorven. Nog een paar renners en een bijna leeg buffet — voor 5 euro inschrijvingsgeld mag je ook geen wonderen verwachten.

De laatste 30 km werkte ik solo af, gefocust op mijn tempo. Bij aankomst wachtte nog een kleine beloning: een gratis pannenkoek.

Mijn doel van 24 km/u haalde ik net niet, maar met 23,9 km/u ben ik zeker tevreden.

Het parcours zelf was niet echt mijn ding: te vlak, te eentonig. Geef mij dan toch maar wat meer variatie, misschien richting Nederland waar het fietsen net iets aangenamer is.

Maar uiteindelijk: doel bereikt, goed gereden en tevreden terug naar huis

Zulte – 12/04/2026
Rit van de Gouverneur

Met de fiets trok ik richting Zulte om deel te nemen aan de Rit van de Gouverneur. De eerste helling van de dag diende zich al snel aan: de Nokereberg. Geen al te lastige opener, zeker niet als je netjes in het gootje blijft rijden.

In Zulte schreef ik me in voor de 120 km. Voor 10 euro kreeg je twee bevoorradingen en bij aankomst een pak friet — motivatie genoeg om er een stevige rit van te maken. Het was zonnig, maar de strakke wind voorspelde meteen dat het geen cadeau zou worden.

De eerste echte test volgde in Tiegem, met de Bomstraat: kort, maar venijnig. Daarna ging het richting Avelgem en verder naar Sint-Denijs, waar de eerste bevoorrading lag. Met 55 km op de teller had ik bijna voortdurend tegenwind gehad. Het deelnemersveld was er al flink uitgedund; de meesten waren duidelijk vroeg vertrokken.

De bevoorrading was dik in orde, met alles wat een mens nodig heeft — zelfs de bananen lagen netjes in grote stukken klaar. Na een korte stop ging het opnieuw de weg op.

Het tweede deel van de rit werd een stuk zwaarder. De wind had vrij spel en de zijwind maakte het bijzonder lastig om tempo te houden. Ik probeerde even aan te pikken bij een voorbijrijdend groepje, maar werd er al snel weer afgewaaid.

Daarna volgde de Dreve du Caillois: niet extreem steil, maar lang genoeg om door te wegen. Ik voelde dat ik mezelf wat had opgeblazen in de poging om aan te klampen, en dat brak me zuur op. Mijn benen blokkeerden net voor de gevreesde Rue de Bourliquet.

Die klim stelde niet teleur: lang, steil en genadeloos. De verzuring zat diep, maar boven wachtte een kleine mentale opsteker — de renners die mij eerder voorbij waren gevlogen, stonden er zelf uit te blazen. Zo slecht was ik dus nog niet bezig.

Na deze beproeving trok ik richting de Karnemelkbeekstraat. Een klim van een ander type: langer, maar regelmatiger, waardoor je toch een goed ritme kunt vinden. Dat maakte hem iets beter verteerbaar.

Bij de tweede bevoorrading stond de teller op 115 km. Ik stopte nog even, maar veel trek had ik niet meer. Mijn beste krachten waren ondertussen opgebruikt.

De laatste hindernis was de Hotond. Nog één keer diep gaan. Eenmaal boven kon ik de rest van de rit grotendeels laten uitbollen via Zulzeke richting Oudenaarde en thuiskomst.

Uiteindelijk klokte ik af op 121 km en bijna 1000 hoogtemeters. Een stevige, eerlijke rit waarin vooral de wind een hoofdrol speelde.

En dat pakje friet bij aankomst?
Dat heb ik laten staan. 🚴‍♂️

02/05/2026

Sint – Martens – Latem Ciclo

Op 2 mei stond in Sint-Martens-Latem de volgende afspraak op de kalender: de Ciclo Tour. Ik koos voor de rit van 90 kilometer, een tocht die achteraf meer hoogtemeters en inspanningen zou bevatten dan vooraf gedacht.

Aan de inschrijvingstafel was het al vrij rustig. De meeste deelnemers waren duidelijk al vertrokken, waardoor het voor mij een echte solotocht zou worden. Met twee bevoorradingen onderweg en een democratisch inschrijvingsgeld van vier euro kon de dag alvast goed beginnen.

Vanuit Sint-Martens-Latem liep het parcours eerst vlak richting Eke. Ideaal om rustig het tempo op te bouwen. Vanaf Semmerzake veranderde het karakter van de tocht echter volledig en begon het parcours geleidelijk lastiger te worden. Via Dikkelvenne, Dikkele en Munkzwalm trokken we dieper de Vlaamse Ardennen in. De hellingen volgden elkaar steeds sneller op en de vlakke stukken werden schaars.

In Munkzwalm wachtte de eerste bevoorrading. Er was voldoende eten voorzien, al miste ik toch sportdrank. Enkel water bijvullen via een tuinslang was niet meteen mijn favoriete optie. Dan betaal ik liever een paar euro extra zodat er ook degelijke sportdrank beschikbaar is onderweg.

Na de korte stop begon het zwaarste deel van de rit. In en rond Munkzwalm bleef het voortdurend op en af gaan. De benen kregen nauwelijks rust en de opeenvolgende hellingen maakten van die 22 kilometer een stevig blok werk. Uiteindelijk kwamen we opnieuw aan dezelfde bevoorrading uit, waar een paar stukken banaan snel voor nieuwe energie zorgden.

Daarna ging het via Boekel en Huise opnieuw richting Sint-Martens-Latem. De kilometers begonnen ondertussen voelbaar in de benen te kruipen, maar het mooie landelijke parcours maakte veel goed. Grote drukke wegen werden overal vermeden en de organisatie had duidelijk gekozen voor rustige, schilderachtige wegen.

Aan de aankomst had ik nog recht op een gratis pannenkoek, maar die heb ik uiteindelijk laten schieten. Met ongeveer 700 hoogtemeters was dit immers allesbehalve een eenvoudige tocht geweest. Het werd een pittige maar bijzonder mooie rit door het hart van de Vlaamse Ardennen.

Oudenaarde – 09/05/2026

Liefmans Classic

De start van de Liefmans Classic lag amper één kilometer van mijn deur. Dichter bij huis kan een fietstocht haast niet beginnen. Geen lange autorit dus, gewoon de fiets op en meteen vertrekken.

De formule van deze tocht is eenvoudig: fietsen van brouwerij naar brouwerij, met onderweg telkens de mogelijkheid om een lokaal biertje te proeven. Voor velen waarschijnlijk dé reden om hier aan de start te staan. Voor mij bleef het bij sportdrank, want tijdens het fietsen heb ik liever energie in de benen dan bier in het hoofd.

Wie voor de langste afstand koos, passeerde drie brouwerijen en kon dus meerdere keren degusteren. Na afloop kreeg je bovendien nog een gratis consumptie. Voor mij werd dat uiteraard iets fris in plaats van een zwaar bier.

Ik koos officieel voor de 90 kilometer, al wist ik vooraf al dat ik onderweg hier en daar stukken van de 120 kilometer zou meepikken om wat extra kilometers en hoogtemeters te verzamelen.

De eerste kilometers trokken richting Wortegem-Petegem en verder naar de flanken van de Tiegemberg. Meteen een golvend parcours waarbij de hoogtemeters stevig begonnen op te lopen. Het was aangenaam rijden, ook omdat ik vandaag zelden alleen op de baan zat. Er waren heel wat deelnemers aanwezig en dat bewees opnieuw hoe populair deze tocht is. Misschien heeft dat bierconcept er toch iets mee te maken.

De eerste stopplaats bevond zich bij Rolling Hills, waar de eerste liefhebbers al genoten van een frisse pint. Voor de deelnemers van de langste afstand was dit zelfs al hun tweede brouwerij.

De bevoorrading zelf vond ik eerlijk gezegd wat pover. Er waren weinig koeken, geen bananen en vooral sinaasappelen, iets waar ik persoonlijk niet van hou. In vroegere jaren kreeg je op zulke tochten nog mueslirepen of gellekes aangeboden, maar die tijden lijken voorbij. Voor een inschrijvingsprijs van zestien euro had ik toch iets meer verwacht.

Daarna ging het verder via Huise en Mullem richting Eke en Semmerzake. Daar besloot ik opnieuw de lus van de grootste afstand te volgen om wat extra kilometers in de benen te krijgen.

Via Vurste en Baaigem bereikten we uiteindelijk Dikkelvenne, waar Brouwerij Contreras de tweede halte vormde.

Het was ondertussen prachtig fietsweer geworden: zonnig en behoorlijk warm. Ideaal terrasweer dus, en velen maakten daar dankbaar gebruik van met een lokaal biertje in de hand. De bevoorrading was hier vergelijkbaar met de vorige stop, al lagen er deze keer gelukkig wel bananen klaar. En niet in tien stukjes verdeeld, maar gewoon degelijk gehalveerd. Veel extra keuze was er opnieuw niet, maar gelukkig had ik zelf voldoende proviand meegenomen.

Daarna volgde het laatste deel van de tocht, en dat betekende koers zetten richting Boekel en Horebeke. Alleen al die namen doen een wielerliefhebber dromen van mooie landschappen en pittige hellingen. En dat bleek volledig terecht: de ene klim volgde de andere op.

In Schorisse koos ik opnieuw voor het traject van de grootste afstand, inclusief de extra hoogtemeters. Via een mooi fietspad ging het uiteindelijk terug richting Oudenaarde.

De laatste halte was uiteraard Brouwerij Liefmans. Daar kon je je bonnetje omruilen voor een stevig biertje of een ander drankje. Voor mij werd het een cola, meer dan verdiend na de inspanning.

Uiteindelijk klokte ik af op 112 kilometer en ongeveer 900 hoogtemeters. Ondanks het golvende karakter was dit toch een behoorlijk zware rit geworden.

Voor liefhebbers van fietsen én bier is deze Liefmans Classic zonder twijfel een ideale combinatie. Zelf neem ik vooral deel omdat deze tocht letterlijk in mijn achtertuin passeert, maar sportief gezien was het opnieuw een mooie en stevige trainingsrit door de Vlaamse Ardennen.